Column: Shame on me mister Audi

Hem afsnijden doe ik net niet, wanneer ik van het parkeerterrein afrijd. Het was een vreemde parkeergelegenheid die meer op een plein leek dan op een parkeerplaats. Een soort rotonde.

Ik lanceer de auto op de weg op het moment dat hij in zijn vette Audi aan komt rijden. Hij rijdt net even te snel. En hoewel er volgens mij niet echt sprake van is dat ik hem afsnijd, veel ruimte tussen ons zit er ook niet echt. Het duurt niet lang voordat hij zijn licht aan en uit doet. Een signaal. Jaaaahaaa denk ik, terwijl ik mijn ogen heb gericht op mijn vriendin die comfortabel op de passagierstoel onderuit gezakt zit. De "Audiman" blijft me achtervolgen en blijft signaleren.

Een paar straten verder ben ik er helemaal klaar mee. Het is een benauwde late zomeravond zonder ook maar één enkele ster aan de hemel te zien. Mijn raam is open in een wanhopige poging de kleine ruimte in de Autobianchi af te koelen. Bij iedere nieuwe lichtflits neemt mijn hartslag toe. Mijn tanden zitten inmiddels strak op elkaar geklemd. Ik heb het warm en ben geïrriteerd.

Mijn vriendin kijkt me bezorgd aan. "Die man is echt kwaad hé," zegt ze. "Straks doet hij ons nog iets aan." Hij lijkt haar gehoord te hebben want bij de volgende rotonde manoeuvreert mijn achtervolger zijn auto naast die van mij. Mijn vriendin geeft een schreeuw van schrik. Druppels angstzweet vormen zich op haar bovenlip. Ik voel mijn eigen handen klam worden en ik grijp het stuur steviger vast. Het koude zweet breekt me uit. Get a life, denk ik... Even maak ik oogcontact. Het is een grote man. Hij bukt zich richting het passagiersraam van zijn enorme auto. Als reactie steek ik als een peuter mijn tong uit. Zijn raam gaat in een vlotte beweging open. In de hoek van mijn oog zie ik mijn vriendin verder omlaag zakken in haar stoel. Samen met een bijpassend gebaar hoor ik de man roepen: "Jouw lichten staan uit en het is donker, weet je?"

Ik voel dat een diepe warmte naar mijn hoofd stijgt. Ik vermoed dat ik knalrood ben en ik wil door de grond zakken. Ik kijk snel weg. Maar niet snel genoeg om de pas geboren glimlach op het geamuseerde gezicht van de man te missen. Plotseling klinkt er een knetterend geluid in de auto. Mijn vriendin is zojuist in lachen uitgebarsten. Ik voel me beroerd en schaam me diep.

Pascale Schwartz